Van bij de aanvang was de psychiatrie reeds een van de kenmerkende aspecten binnen de activiteiten van het Brugmann Ziekenhuis, dat sinds 1931 als "openbaar asiel" beschikte over een "psychiatrische afdeling". Deze afdeling was erop gericht om zorg te bieden aan "noodlijdende geesteszieken". Dit evolueerde snel. Het Stadsbestuur van Brussel had een hogere ambitie dan enkel "bewaking" en de Universiteit van Brussel wenste in het Brugmann Ziekenhuis een universitair centrum te implementeren met klinische opleidingen, stagemogelijkheid voor psychiatriestudenten, alsook een onderzoekslaboratorium in de psychologie.
Later bleek het asiel-concept, dat zich richtte op de opvang van gehospitaliseerde patiënten in gemeenschappelijke zalen, niet meer overeen te komen met de moderne behandelingsvisies. De nieuwe visies beoogden immers dat de patiënt zo snel mogelijk zijn zelfstandigheid zou proberen te herwinnen. Op architecturaal gebied impliceerde dat een ruim leefkader en meer mogelijkheden tot contact met elkaar. Pas in de jaren 80 kregen de moderne concepten van de psychiatrische behandeling vorm binnen de accomodatie van de "Nieuwe dienst voor Psychiatrie" : aparte behandelingsafdelingen in paviljoenen gebouwd en opgetrokken in traditionele materialen (baksteen en hout), veel vensters gericht op de buitenwereld binnen een kader met veel aanplantingen.
Een afzonderlijke kamer biedt elke patiënt privacymogelijkheid en er zijn veel gemeenschappelijke ruimtes voor de sociale rehabilitatietherapieën. Het behandelingsprogramma is zeer uitgebreid.
De instelling bezet op dit ogenblik de Leerstoel voor Medische Psychologie, evenals het Laboratorium voor Medische Psychologie, Alcohologie en Toxicomanie van de Faculteit van de ULB. Er wordt veel onderzoek verricht in samenwerking met verscheidene andere klinische domeinen, waaronder ook de sociaal-medische en de sociaal-economische.